Gevelbeplanting voor verkoeling van geïsoleerde muren.

Een boom voor de gevel, of gevelbegroeing voor de muur, bespaart energie om te koelen.

Bron:  gevelbeplanting in de gemeente Tiel

Gevelbeplanting geeft schaduw en zorgt met verdamping voor verkoeling van de muur. Beplanting kan op verschillende manieren door:

  • Zelf hechtende klimplanten, die klimmen en hechten zichzelf met hechtorganen (hechtschijfjes of hechtwortels).
  • Klimplanten die een op afstand van de muur geplaatste constructie nodig hebben om te groeien en te klimmen.
  • Hangende planten die kunnen groeien vanuit bakken op het dak of een balkon. De planten in bakken hebben meer zorg nodig: bemesting, bewatering en bescherming tegen vorst.

Een boom voor schaduw op een muur?

Advies: houd tenminste 3 m afstand tot fundering/ riool en kies een kleine boom of grotere struik voor een kleine tuin. Kies een plant met een natuurlijke groeihoogte, die past bij de gewenste groeihoogte op de gevel.

Welke boom koelt als 10 airco’s?  Lees je mee? 

Bomen voor stadstuinen zie bijvoorbeeld

Plantenlijst kleine bomen en struiken voor in je geveltuin 

Struiken:

  • Rode Kornoelje,
  • Gelderse Roos
  • Toverhazelaar

Bron: in de gemeente Oss

Kleine bomen:

  • Krentenboom
  • Meidoorn
  • Lijsterbes
  • Kersenboom/ sierkers
  • Appelboom (advies: Goudreignet, Schone van Boskoop, geven laat vrucht en weinig wespen overlast)
  • Pruimenboom
  • Sporkehout of Vuilboom
  • Robinia pseudo-acacia ‘Umbraculifera’ –(200 cm stam met bol bladerdak)
  • Klimplanten kunnen op pergola’s bij de gevel gebruikt worden.

 Handige planten voor klimplanten aan gevel:

Zelfhechters met een groeihoogte tot 30 m:

Klimop (Hedera helix)
Driedelige wingerd (Parthenocissus)

Zelfhechters met een groeihoogte van 8-25 m:

Amerikaanse trompetbloem (Campsis radicans)
Bosrank (Clematis vitalba)
Boomwurger (Celastrus orbiculatus)
Bruidssluier (Fallopia baldschuanica)
Chinese blauweregen (Wisteria sinensis)

Zelfhechters en klimmers met klimhulpen met een groeihoogte van 5- 15 m:

Kiwi (Actinidia chinensis)
Duitse pijp (Aristolochia)
Wilde hop (Clematis virginiana)
Kamperfoelie (Lonicera)
Vijfdelige wingerd (Parthenocissus family)
Japanse blauweregen (Wisteria floribunda)

Kleine klimmers met een groeihoogte tot 5 m:

Bosrank hybriden (Clematis vitalba)
Japanse kardinaalsmuts (Euonymus)
Spekwortel (Dioscorea communis)
Klimrozen

Kleine klimplanten:

Heggerank (Bryonia dioica)
Akkerwinde (Convolvulus arvensis)
Haagwinde (Convolvulus sepium)
Bitterzoet (Solanum dulcamara)
Reukerwt (Lathyrus odoratus)

 

TIPS voor je start met je geveltuin 
Plant geen bomen of grote heesters, ook geen leibomen. De wortels kunnen de verharding opdrukken en ondergrondse kabels en leidingen beschadigen.

  • De huisaansluitingen (kabels en leidingen!) en het trottoir in de openbare ruimte mogen niet beschadigd worden. Houd daarom voldoende afstand van de entree, graaf voorzichtig en niet meer dan een spade diep (max. 30 cm).
  • Het groen moet goed te onderhouden zijn en passen bij de situatie. Dus kies geen hoge weelderige planten die gaan hangen over het trottoir.

Spelregels voor geveltuintjes aan de stoep of weg
Om hinder en gevaarlijke situaties te voorkomen, zijn er een paar spelregels voor het aanleggen van een geveltuintje:

  • De gemeente (eventueel ook verhuurder) moet toestemming geven
    Het geveltuintje moet direct aan de woning grenzen en mag maximaal 30-60 cm breed zijn. De overgebleven stoep moet 4 tegels breed blijven.
  • Er moet genoeg ruimte overblijven voor andere gebruikers van de stoep.
    Het tuintje moet een opstaand randje hebben om te voorkomen dat het trottoir verzakt.
    Als bewoner ben je zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van het tuintje en zorg je ervoor dat andere bewoners geen overlast ondervinden.